» Startpagina » Achtergrondinformatie » Historiek
 

Historiek

Het P.Z. H.Hart Ieper is gegroeid vanuit een eeuwenoude traditie van psychiatrische zorg in Ieper. Reeds in de 16de eeuw kende Ieper een 'zinnelozengesticht' in de Neermarkt. Het is in het begin van de 19de eeuw dat ideeën groeiden tot het bouwen van het eerste psychiatrisch ziekenhuis avant la lettre. In de Lange Torhoutstraat werd er vanuit een samenwerking tussen de stad Ieper en de burgerlijke godshuizen een nieuw gesticht gebouwd dat eind 19de eeuw 297 patiënten telde. In de jaarverslagen van het Ministerie van Justitie lezen we over de drieste levensvoorwaarden. Het is binnen deze context dat de zusters van 'Bermhertigheid Jesu' in die tijd het plan opvatten tot het bouwen van 'L’asile du Sacré Coeur'. De bouwwerken startten in 1897 en op 23 november 1900 kende het P.Z. H.Hart haar eerste grote opening.

 

Toen evenwel in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak moesten de patiënten de ‘instelling’ verlaten. Een tijdlang werd het ziekenhuis gebruikt als Brits militair hospitaal. In 1915 werd de instelling evenwel praktisch totaal vernield. Inmiddels waren de patiënten met de trein overgebracht naar de instelling ‘L’asile Vaucluse’ nabij Parijs. In de archieven vinden we schrijnende getuigenissen van deze ‘memorabele’ 42 uur-durende vlucht van honderden psychiatrische patiënten.

‘Men kan zich niets treurigers inbeelden dan de vlucht van die honderden onnoozele menschen. Hier is een vrouwtje wenend, anderen maken zich kwaad, velen worden in zetels gedragen en nog anderen danschen en zingen’.

Wanneer de patiënten na de Eerste Wereldoorlog terug naar België komen, worden zij ondergebracht in St.-Anna te Kortrijk. De wederopbouw van het ziekenhuis gebeurt net op dezelfde plaats en in dezelfde bouwstijl als vóór W.O. 1 aangezien subsidies voor oorlogsschade enkel onder die voorwaarden toegekend werden. 
 

Op 25 april 1928 tekende de Ieperse procureur des konings het eerste register van het nieuwe ‘Sacré Coeur’. Er verbleven gemiddeld een 460 à 500 vrouwelijke patiënten. Alleen gecolloqueerde patiënten werden opgenomen. De zusters namen de meeste zorg op zich, bijgestaan door slechts een tiental lekenpersoneelsleden. Tot 1963 bleef het toenmalige gesticht – zoals alle psychiatrische ziekenhuizen – onder de auspiciën van het Ministerie van Justitie. Maar het werd nagenoeg volledig gerund door de congregatie van de zusters van 'Bermhertigheid Jesu' die zowel instonden voor de gebouwen als voor het personeel.

Vanaf de jaren ’60 kwam de psychiatrie in een nieuw tijdperk. De ontwikkeling van de eerste psychofarmaca en het ontstaan van de nieuwe therapieën brachten de psychiatrische behandeling in een stroomversnelling. Toen de psychiatrische ziekenhuizen in 1963 ondergebracht werden onder het Ministerie van Volksgezondheid werden steeds meer middelen vrij gemaakt voor deze sector en startte de uitbouw van het hedendaags psychiatrisch ziekenhuis.

 
print top